Hoofdstuk 4f – Warmte (afgifte)

Het beste plan maak je zelf

Inleiding

(Uit te werken wamtetransitie = kieren dichten, beetje isoleren, lagere temperatuur, groot onderhoud vloerverwarming, van radiator naar convector)

Wandverwarming en plafondverkoeling

Iedereen denkt bij warmtepompen aan vloerverwarming, want dat is immers die zo geroemde en beduchte lage temperatuurverwarming. Warmtepompen werken namelijk het beste als ze warmte mogen afgeven op een lage temperatuur en als het temperatuurverschil tussen de aan en afvoer zo klein mogelijk is. Dus de warmtepomp doet het veel beter als die water van 25 graden mag maken wat op 22 graden terugkomt, dan als hij water van 35 graden moet maken wat op 25 graden terugkomt. Hier zit basis natuurkunde achter, maar dat gaat te ver om dat hier uit te leggen. Een efficiëntere verwarming betekent een hogere COP en dus een lagere energierekening. Nu komt het nogal eens voor dat vloerverwarming eigenlijk niet zo ideaal is. Ik denk hierbij aan een heel mooie parketvloer, of een vloerconstructie die niet uitgehakt kan worden. of een situatie waarbij een iets hoger vloerpijl onwenselijk is, bijvoorbeeld omdat er in de gang een stenen vloer ligt waarvan het pijl vast is. In die situaties valt de optie vloerverwarming soms af. Is lage temperatuurverwarming in dat geval onmogelijk?

Nee, want er zijn nog meer oppervlaktes in een woning die we kunnen gebruiken voor lage temperatuurafgiftes. We kijken hierbij opzij en omhoog. Wanden en plafonds zijn uitermate geschikt voor het aanbrengen van dezelfde buizen als we normaal gesproken in de vloer stoppen. Met een mooie stuclaag verdwijnen ze onzichtbaar achter wand en plafond. Als je wel eens in een woning met wandverwarming bent geweest zal je kunnen beamen hoe comfortabel dit voelt. Ook plafondverwarming is een behaaglijke manier van verwarming, waarbij als voordeel nog opgemerkt kan worden dat je warm en plafond veilig naar 35 graden kunt verwarmen zonder dat je zweetvoeten krijgt. Dat is bij vloerverwarming nogal lastig.

Koelen

Het voordeel van alle lagetemperatuursystemen (slangensystemen), is dat je ze ook kunt gebruiken om een beetje te koelen. Ik zeg met nadruk een beetje, omdat je niet moet denken dat het werkt als een airco. Je kan net de scherpe pieken van de ergste hitte eraf halen. Dit heeft te maken met het feit dat je moet zorgen dat vloer, wand en plafond warmer blijven dan het dauwpunt. Dit is de temperatuur waarbij vocht uit de lucht uit zichzelf condenseert op een koel oppervlak. Deze temperatuur hangt samen met de relatieve luchtvochtigheid en de temperatuur van de lucht en kan ‘s zomers makkelijk oplopen tot ± 18 graden. Als je een kwaliteitssysteem neemt, dan heeft die een zogenoemd dauwpuntregeling die de optimale temperatuur zelf inregelt. Dat het effect in de praktijk evengoed dramatisch kan zijn, toont dit anekdotische bewijs van een van mijn klanten aan: [plaatje wouter]

Vierkante meters

Als we de woning zo goed geïsoleerd hebben als redelijkerwijs haalbaar is en we uit de transmissieverliesberekening weten hoe groot de piek- warmte en koelvraag zijn, dan kunnen we ook uitrekenen hoeveel vierkante meters vloerverwarming we nodig hebben om dit warmteverlies te compenseren. Vooral in jaren 30, 50 en 60 woningen zal je dan zien dat je het met alleen vloerverwarming niet redt. Je hebt dan te weinig vierkante meters vloerverwarming om de woning warm te houden. Een stuk wand of plafond verwarming kan dan een krachtige aanvulling zijn waarmee het dan alsnog goed komt.