Point of no Return

Het beste plan maak je zelf

Point of no Return

21 mei 2019 Blog 0

Gastblog van de ParisProofPlan-Noord adviseur Willem Boeke. Ga er even voor zitten, het is een heerlijk stuk!

Vroeger…

Tot 1961 woonde ik in een huis met een kolenkachel, een losse “Aladdin” petroleumkachel en een geiser op butaangas (uit flessen).

’s Winters moesten we dagelijks met de kolenkit naar de schuur waar zich de antraciet-opslag bevond.

’s Avonds, voor het slapengaan, werd de kachel vol gegooid en “gesmoord”. Met een beetje geluk hoefde de kachel dan de volgende ochtend niet opnieuw aangemaakt worden. Altijd was er veel stof: Bij het bijvullen, als de asla geleegd werd en vooral als de schoorsteenveger langskwam.

De butagasfles raakte natuurlijk net tijdens het koken leeg. En er moest petroleum gekocht worden, wat met een trechtertje in de Aladdin werd gegoten. Uiteraard met achterlating van het bijbehorende penetrante reukspoor.

De Aladdin kachel werd ’s winters gebruikt in de doucheruimte. Daar ontstond dan een fragiele balans tussen de aangename warmte bij het afdrogen en dreigende verstikking. Door kort te douchen werd het levensgevaar afgewend.

Alleen de woonkamer was verwarmd. Bij vriezend weer trof ik ’s morgens bevroren condens aan op mijn wollen deken en ook zat het washandje dan vast aan de wastafel. Uiteraard kwam er dan ook geen water meer uit de kraan. De leiding was (meestal) tijdig afgetapt.

Onomkeerbaar…

Toch bewaar ik geen slechte herinneringen aan die tijd. Integendeel, je kijkt er wel eens met nostalgische weemoed aan terug.

Maar toen we verhuisden naar een huis met gaskachels (op “stadsgas”) was dat wel een grote stap in comfort. Stof en viezigheid waren verleden tijd. De gaskachel ging aan met 1 lucifer en je kon hem naar believen regelen.

Het was een point of no return. Er werd een onomkeerbare stap gezet.

Een huis dat nu zou worden aangeboden met alleen een kolenkachel, een butaangasgeiser en een “Aladdin”… Veel mensen zouden er niet op af komen, althans weinigen zouden er zonder drastische aanpassingen intrekken.

Veel meer points!

Later verhuisden we naar een huis met een olie gestookte CV! Er was een groot vat in de tuin ingegraven. Nog maar één keer per seizoen was er een lucifer nodig en de regeling ging via een kamerthermostaat. Wat een luxe! Bovendien: Ook slaapkamers en de badkamer konden nu verwarmd worden. Opnieuw: een point of no return.

Ook als we verder teruggaan in de tijd blijkt dat dat verschijnsel veel vaker is opgetreden.

In Twente kende men lange tijd het zgn. los hoes: Een gebouw waar mens en dier samen leefden. Via een gat of kieren in het dak kon de rook van het houtvuur wegtrekken, al was die trek er niet altijd.

Het moet net zo’n point of no return geweest zijn toen er huizen beschikbaar kwamen waar mens en dier gescheiden leefden en waar de rook van het houtvuur via een schouw / schoorsteencombinatie kon verdwijnen. Een echt los hoes in z’n oorspronkelijke staat waar mens en dier tezamen wonen kom je in Twente niet meer tegen. Het zijn nu toeristisch aantrekkelijke restaurants. Zonder vee tussen de tafeltjes.

Ook de overgang van een open houtvuur naar een turf- en later kolenkachel gaf comfort en veiligheidswinst: veel minder werk: meer warmte per kilo brandstof en meer branduren per bijvulling. Points of no return!

Alhoewel… Soms leiden vooral nostalgische gevoelens ertoe dat mensen toch weer de verkeerde beslissing nemen om “gezellige”, maar o zo smerige, houtvuurtjes in huis aan te leggen…

De overgang van kolenkachel naar olie of stadsgas verhoogde de regelbaarheid. De brandstof liep via een buisje, al dan niet met een pompje, vanzelf naar het vuur toe. Fantastisch toch? Points of no return!

Niet alleen de verwarmingstoestellen, ook de bouw van het huis zelf onderging zo’n ontwikkeling. Als je goed naar de foto’s van kapotte huizen bij de watersnoodramp van 1953 kijkt valt het op dat toen nog veel huizen halfsteens gemetseld waren. Wat een comfort als je dan verhuist naar een huis met een steens muur: Sterkere, veiliger bouw en de warmte werd al wat beter vastgehouden! Point of no return!

En dan vervolgens die overgang naar de spouwmuur!

Wat te denken van de voordelen van het trasraam: De in de jaren 30 opgekomen gewoonte om de muur van fundering tot ca 50 cm boven het maaiveld te metselen met extra hard gebakken stenen en extra sterke, water-ondoorlatende tras-metselspecie: vocht-optrekking werd zo tegengegaan: Minder schimmel! Meer comfort en gezondheid! Point of no return!

Bij elke overgang is er een periode geweest waarin de nieuwe ontwikkelingen duurder waren en pas geleidelijk in zwang kwamen. Al in de negentiende eeuw waren er gebouwen met centrale verwarmingssystemen, maar dat was toen nog niet voor de ‘gewone man’ weggelegd. Pas als een bepaalde kritische massa is bereikt is er sprake van een point of no return. Tegenwoordig gaan ontwikkelingen en dus het bereiken van die kritische massa steeds sneller.

Wat is comfort?

Wie niet anders wist dan te leven in een halfsteens gemetseld huis met een turfkacheltje kon volkomen tevreden genieten van zijn comfort: Dat is immers veel beter dan een plaggenhut met een open houtvuur? Plaggenhutten en van losse planken opgetrokken “keten” waren nog volop, bewoond en wel, aanwezig in Zuidoost Drenthe tot in de jaren 50 van de vorige eeuw!

Tegenwoordig wordt comfort door het ISSO[1] precies gespecificeerd op basis van temperatuur, luchtvochtigheid en luchtstroming, maar comfort blijft een persoonlijke ervaring. Wie tevreden woont in zijn slecht geïsoleerde jaren-zeventig-doorzon- (ook wel: doorwaai-) woning heeft geen boodschap aan het ISSO en ziet de noodzaak nauwelijks in van het aanbrengen van verbeteringen.

Kijken we naar auto’s dan komt e.e.a. wel wat scherper in beeld: Auto’s gaan nu eenmaal minder lang mee dan huizen en we veranderen ook vaker van auto.

Waren we de jaren zestig van de vorige eeuw volkomen tevreden met een NSU Prinz 4, waarmee we ’s zomers met 5 personen en een tent maar de Harz reden, tegenwoordig kijken we er hooguit met een nostalgische oldtimer-liefde blik naar. Voor dagelijks gebruik is een beetje auto voorzien van een krachtige, stille (elektrische!) motor, cruise-control, stuurbekrachtiging, goed regelbare airco, etc.

En wie nu in een tweedehands Suzuki alto rijdt is wellicht volkomen tevreden, maar als die nieuwe baan een mooie leasebak mogelijk maakt wordt de stap terug in de praktijk toch eigenlijk niet meer gezet. En bovendien, zelfs de Suzuki alto is al een stuk comfortabeler en veiliger dan die NSU.

Kortom, we moeten comfort-verbeteringen niet achteloos afdoen als “onzin” en “voor mij niet nodig omdat we op dit moment tevreden zijn met wat we hebben”.

Terug naar de huizen.

Als we nu een huis kopen met een gas-cv met radiatoren, een beperkte isolatie, dubbel glas uit de jaren 80, simpele ventilatieroosters en een redelijke staat van onderhoud moeten we beseffen dat de waarde van dit huis[2] in hoog tempo gaat teruglopen. Waarom? Alleen al vanwege de point-of-no-return effecten die opnieuw gaan optreden.

Want net als bij de komst van het aardgas, dat stadsgas, butaangas, olie en kolen verdrong, krijgen we nu met de elektrificatie van gebouwen te maken. Een gebouw wordt bovendien in toenemende mate een “technisch ding”. Denk ook aan eisen van brandalarmering, beveiliging, ict-voorzieningen, etc.

Met het verdwijnen van aardgas zijn (lage temperatuur) vloerverwarming, de veel betere isolatiestaat die eigenlijk vereist is voor die vloerverwarming en comfortventilatie (balansventilatie) in opkomst.

Wie eenmaal in zo’n huis woont, dus met vloerverwarming (geen ruimte innemende en vieze radiatoren meer, regelbaarheid per kamer), goede isolatie en comfortventilatie, wil niet meer terug. Point of no return dus. Het aantal gegadigden voor dat ‘jaren-zeventig- huis’ gaat dus afnemen! Soms zelfs in die mate dat de sloophamer eraan te pas komt.

De droevige staat van onze woningvoorraad

Wen er maar aan: Huizen verliezen waarde. En we kennen in Nederland een enorme voorraad van relatief slecht gebouwde, slecht geïsoleerde en geventileerde huizen en andere gebouwen. Van de schoolgebouwen is zelfs 97 % ondermaats geventileerd! In het westen van het land kennen we de problematiek van bodemdaling (paalrot, verzakking van straat en tuin, etc.) en last but not least hebben we in Groningen nog een dingetje met door aardbevingen getroffen gebouwen.

Er is dus sprake van een gigantische achterstand in onderhoud en beheer van onze woningvoorraad. Voor een belangrijk deel is dat een indirect gevolg van het aardgas. In de jaren zeventig moest het aardgas namelijk zo snel mogelijk op! Kernenergie was immers, zo meende men toen, in opkomst! Bovendien was er ook toen al een tekort aan woningen. Er is daarom in de jaren zeventig een enorme hausse geweest van kwalitatief ondermaatse en bewust niet-geïsoleerde bouw. Dat is een vrij specifiek Nederlands verschijnsel. Net zoals ook de verzakkende woningvoorraad op palen en de problematiek in Groningen een vooral Nederlands fenomeen is. Politici zijn wel de laatsten om dit verhaal zo te schetsen, maar dat doet niets af aan de realiteit van dit slechte nieuws.

O ja en de aardgasbaten…. Die zijn inmiddels grotendeels verdampt. Uitgegeven aan diverse weinig efficiënte aspecten van onze verzorgingsstaat.

Comfort, Onderhoud en Energietransitie

We gaan dus, tegen wil en dank, een nieuw point-of-no-return moment krijgen waar het gaat om comfort.

We hebben daarnaast een mega-achterstand in onderhoud en beheer van onze woningvoorraad. Dit is nog verder versterkt en verscherpt door de bouwachterstand die is ontstaan tijdens de crisis van 2008 – 2012.

En dan, last but not least, is er de energietransitie natuurlijk. Die zogenaamd honderden miljarden moet gaan kosten volgens bepaalde, weinig oplossingsgerichte roeptoeters.

Voor de energietransitie zelf is helemaal niet zo veel geld nodig. Wel is er het geschetste achterstallig onderhoud van de woningvoorraad en gaan we geleidelijk naar het next level in wooncomfort.

Maak een Plan!

Wat we vooral niet moeten doen: blindelings zonnepanelen van Coolblue leggen op een ongeïsoleerd einde-levensduur-dak. Of op de beurs COP1 elektrische cowboy-apparaten met strato-elementen of ioniserende pomp-ketels met 13 Ampere “faseintensiteit” bij 400 Volt kopen.

We moeten ons ook niet in de eerste plaats blindstaren op ons, met zonnepanelen gesaldeerd, netto energieverbruik: Immers, zonder maatregelen blijft het bruto verbruik hoog. Vaak wordt het zelfs hoger onder het motto: de zon… En de belasting van het elektriciteitsnet en het milieu neemt op die manier niet of nauwelijks af.

Wat we vooral wél moeten doen: een Plan maken.

Een plan waarin je de bruto energiebehoefte eerst eens omlaag brengt en tegelijkertijd een stap zet in de richting van comfortverbetering. Begin met het “laaghangend fruit”: kleine investeringen met een grote impact: Bijv. tochtstrips aanleggen of het lager inregelen van je cv-ketel, zodat hij eindelijk die 107 % rendement enigszins gaat benaderen.

Stap af van de mind-set over terugverdientijden.

Kijk eerst eens naar je gezondheid. Hoe muf is het in huis als je terugkomt van je vakantie of na het uitzwaaien van de verjaarsvisite? Hoe staat het met je ventilatie? Hoe (on-)gezond is die schimmel in badkamer of bijkeuken? Isoleren en ventileren betekent een einde aan tocht en mufheid en een grote winst in comfort!

Investeer in die comfort-stap! Al was het maar omdat de waarde van je huis erdoor verbetert. Er zijn geen terugverdientijden voor investeringen in comfort: Dat bespreek je immers ook niet bij de nieuwe keuken, badkamer of auto.

En kijk vervolgens naar wat je toch al een keer zou moeten doen in het kader van het onderhouden van je gebouw. Elk gebouw vereist nu eenmaal onderhoud en dat is meer dan alleen een verfbeurt.

Als je huis goed geïsoleerd, goed geventileerd en tochtvrij is bespaar je al heel veel op het energieverbruik, maar vooral: je woont ineens veel comfortabeler en je huis is in waarde gestegen. Als dan op een bepaald moment de cv-ketel als warmtebron aan zijn eind is, kun je die investering in een kleine warmtepomp (met subsidie) wel terugverdienen, evenals die paar zonnepanelen die nodig zijn voor het stroomverbruik. De gasmeter kan de deur uit en hebt jouw bijdrage aan de energietransitie geleverd.

Kortom, laat deze blog op je inwerken en maak een Plan. Waarom niet meteen een ParisProofPlan?

[1] Kennisinstituut voor de Bouw- en Installatietechniek

[2] Ik doel hier uitsluitend op de waarde van het huis zelf; de grondwaarde, m.a.w. de plek waar het huis staat, kan een geheel andere waardeontwikkeling laten zien!

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *